KORTE HISTORIEK
VAN DE SINT-CORNELIUSKERK TE AALTER
 |
- Als je de kerk aan de zuidkant bekijkt, kun je
makkelijk grote delen van haar geschiedenis ontdekken.
In de Karolingische tijd ontstond bij de centrale hoeve van de Villa
Hallestra, op de hoogterug van 20 m. een domaniaal kerkje.
Het werd toegewijd aan de toen erg populaire heilige Sint-Denijs en
bleef dit tot het einde van de 16e eeuw. Van dit kerkje
zijn echter geen sporen meer te vinden in het huidige gebouw.
|
- De veldstenen gedeelten aan de zuidkant wijzen
op verbouwingen uit de 12e en 13e eeuw. Ze zijn
resten van de transeptgevel van een kruisvormig veldstenen kerkje uit de
Romaanse of vroeggotische periode.
De donkerder bakstenen gaan terug op een verbouwing en vergroting op het
einde van de middeleeuwen tot een laatgotische driebeukige hallenkerk.
Eerst kwam een vernieuwde koorpartij en de Onze-Lieve-Vrouwbeuk en rond
1540 een derde beuk, de huidige Sint-Corneliusbeuk met daarin de
toegemetselde lijkdeur.
Van de Beeldenstorm einde omstreeks 1576 bleef
de kerk grotendeels gespaard, mede door de bemiddeling van kapelaan
Adriaan Van deHelst, maar omstreeks 1590 werd ze toch door Hollandse
Vrijbuiters in een ruïne herschapen.
Het herstel in het begin van de 17e
eeuw verliep heel langzaam. Het begon met de toren in 1613 en dank zij
de pastoors Francenius en Baes kwamen ook de bedakingen van de koren
en de Sint-Corneliusbeuk aan de beurt. De Onze-Lieve-Vrouwbeuk werd
niet meer hersteld maar de bogen werden voorlopig
dichtgemetseld. |
 |
- Voornoemde pastoor Jeremias Baes bracht vanuit
Rome een relikwie van Sint-Cornelius mee en geleidelijk werd Sint-Denijs
als patroon door Sint-Cornelius verdrongen, het begin van een eeuwenlange
intense verering.
In 1651 kwam werd de toren naar de noordzijde verplaatst. Het werd een
toren met een korte vierkante spits. Een vernieuwde cartouche -
vervanging
van de verweerde - met de datum 1655 wijst op de afwerking van die toren. In 1783 werd dan
de Onze-Lieve-Vrouwbeuk weer in zijn vroegere vorm herbouwd.
 |
Meer dan een eeuw bleef de kerk in dezelfde
toestand met gewitselde muren en met de drie beuken van vier traveeën,
tot zich begin 20e eeuw een noodzakelijke vergroting
opdrong. Tijdens de ambtsperiode van pastoor Theodoor Dalschaert
(1892-1912) mocht architect Jules Goethals een nieuwgotisch gebouw
ontwerpen. Aannemer Cyriel Van Averbeke voerde het uit van 1903 tot
1907.
Het uitzicht veranderde totaal: de torenspits werd opmerkelijk
verhoogd, het transept en de koorpartij gerestaureerd naar laatgotisch
inzicht, |
- de beuken kregen twee traveeën bij die in de
zijbeuken werden afgedekt met een reeks van kleine schilddaken. Tegen de
zijmuren kwamen steunberen.
Omstreeks dezelfde periode werd het kerkhof, dat tot dan toe, rond de kerk
lag, verplaatst naar een meer westwaarts gelegen terrein en kreeg de
pastorietuin een omheiningmuur met hekwerk.
Bij hun aftocht in 1918 lieten de Duitse troepen de bovenste
torengeledingen exploderen waardoor ook de
daken van het hoogkoor en de Onze-Lieve-Vrouwbeuk werden
geteisterd. Bij de herstelling en de heropbouw in de jaren 1921-1923 heeft
men zich wel nauwgezet gehouden aan de plannen van 1902. Een opschrift dat
herinnert aan deze gebeurtenissen werd dan op de toren aangebracht. De
tekst luidt: Destructa 1918 - Refecta 1921.
Een laatste grondige restauratie aan de buitenzijde van de kerk greep
plaats vanaf 1971 en duurde verschillende jaren. Ook architect Antoine
Lievens hield zich hierbij aan de opvattingen van 1902. - In 1999 begon dan een grondige opknapbeurt
binnenin de kerk.
HET KERKINTERIEUR
Het kerkinterieur werd in 1903 en
later grondig van uitzicht veranderd door architect Goethals. Toch blijven
er nog enkele mooie stukken van voor 1903 bewaard.
HET ORGEL
Van het oude orgel, gebouwd in
1754 door Pieter Van Peteghem, blijft alleen nog de kast en een klein
gedeelte van het pijpwerk bewaart. In de kast is het wapenschild van
het geslacht de Rubempré, gecombineerd met dat van het geslacht de
Merode, ingewerkt.
ONZE-LIEVE-VROUWKOOR
EN ONZE-LIEVE-VROUWBEUK
In de Onze-Lieve-Vrouwbeuk staan
twee biechtstoelen van 1761 in Rococo-stijl. Zij werden gemaakt |
 |
- door Ludovicus-Jacobus Drayers. In
de medallions van de biechtstoelen staan de borstbeelden van Koning David
en de Heilige Magdalena.
HET
ONZE-LIEVE-VROUWALTAAR
Werd geplaatst in 1907; het
retabel vertoont links de boodschap van de engel aan Maria en rechts de
opdracht van Jezus in de tempel.
Bij de biechtstoelen staat een merkwaardig gepolychromeerde Pieta uit de
18e eeuw. Het is een kopie van de Pieta uit Onze-Lieve-Vrouw
van Schreiboom.
HET HOOGKOOR
De bovenkerk is bekleed met
prachtige houten beschotten in rococostijl die eveneens in 1761 door
Ludovicus-Jacobus Drayers werden geplaatst. De medaillons van het
hoogkoor dragen de borstbeelden van Petrus en Paulus. Het hoofdaltaar
dateert van 1909. Het retabel vertoont links de vermenigvuldiging van
de broden en rechts het laatste avondmaal.
In het koor hangen twee sierlijke grafstenen. De oudste is gewijd aan
de nagedachtenis van pastoor Petrus-Albert De Roo en zijn familie en
de andere is de grafsteen van pastoor Johannes De Langhe.
De communiebank die de drie koren afsluit is geplaatst in 1907 en is
versierd met zeven medallions. |
 |
- De twee koperen kandelaars
aan weerszijden van het koor werden in 1673 geschonken door
raadspensionaris Van de Vijvere uit Gent. Zij dragen het volgende
inschrift: DONO DOMINI FRANCISCI VAN DE VIVERE GANDENSIS PENSIONARII ANNO
1673
SINT-CORNELIUSKOOR
EN SINT-CORNELIUSBEUK
De
eerste biechtstoel in rococostijl werd vermoedelijk ook in 1761 gemaakt
door Ludovicus-Jacobus Drayers. In het medallion staat het borstbeeld van
Sint-Pieter.
De tweede biechtstoel met de gedraaide zuilen dateert uit de 17e
eeuw. Het is een fraai voorbeeld van barok met overdadige versiering van
engelen en korven vol fruit.
HET SINT-CORNELIUSALTAAR
 |
dateert van 1909. Het retabel
links vertoont de genezing van een zieke door Sint-Cornelius en rechts
de marteldood van de heilige.
Rond 1930 liet de familie Hemricourt de Grunne een bank plaatsen naast
de rococo-biechtstoel. Zij is versierd met een niet afgewerkt
wapenschild en met de kenspreuk <<Fortitudo mea>>
Bij de vergroting van de kerk werd de oude communiebank in de
Sint-Corneliusbeuk gezet. Die bank werd gemaakt in 1722 door
Franciscus Desseyn. In de eerste reeks medallions Iezen we: ANNO
GHEGEVEN DOOR ISABELLA NAESSENS HUYSVROUW VAN FRANCOYS VAN DOOREN
1722.
In de tweede reeks: ANNO 1918
GESCHONDEN ANNO 1925 HERSTELD.
|
| Bij het begin van de trapleuning
van de preekstoel staan de gesneden beelden van de apostelen Petrus en
Paulus. Op de kuip prijken de beelden van de vier evangelisten en zijn
vijf taferelen uitgebeeld. Hij dateert van 1906. |
  |
 |
BEELD
VAN SINT-CORNELIUS
 |
In de kerk staat het borstbeeld van
Sint-Cornelius dat afkomstig is van het vroegere Sint-Corneliusaltaar dat
in 1903 werd weggenomen. Het is een houten beeld uit de 18e
eeuw. Onder het beeld staat een bidstoel waar de relikwie van de heilige
paus is ingewerkt ter verering door de bedevaarders.
|
 |
|